| Velomobielen |
Worden niet geleverd door ons; we specialiseren ons op open ligfietsen,
evt. met overkapping. Velomobielen zijn de fietsen die door velen
wel "trapauto's" genoemd worden; volledig overkapt en
dichte gestroomlijnde fietsen.
De meeste hiervan hebben 2 voorwielen en 1 achterwiel.
|
| 3-wiel-ligfietsen met 2 voorwielen en 1 aangedreven
achterwiel |
De beide voorwielen draaien om te sturen, achterwiel
wordt eenvoudig aangedreven achter de zitting. Complexe stuurtechniek,
relatief eenvoudige aandrijving. |
| 3-wiel-ligfietsen met 1 voorviel en 1 aangedreven
achterwiel |
Veel andere ligfietsen zoals de standaard Lepus en Kettwiesel
van de firma Hase, Veloxtrike en de Azub-T. De ketting gaat over
een eenvoudige vrijloop en cassette (zoals een 'normale ligfiets'
met 2 wielen), en drijft met een langere as het rechter wiel aan.
In Nederland heeft dat systeem als voordeel dat je niet veel moeite
moet doen om op de weg te blijven (onze wegen lopen vaak naar
rechts af om het regenwater af te voeren) omdat bij harder trappen
de fiets vanzelf naar links wil. De fietsen sturen hierbij ook
met slechter wegdek en enige glad heid nog prima.
Relatief lichte en eenvoudige constructies zijn hierbij mogelijk.
|
| 3-wiel-ligfietsen met 1 voorwiel en 2 aangedreven
achterwielen |
Voor het zwaardere werk worden bijvoorbeeld bepaalde
types van de Kettwiesel uitgerust met aandrijving van beide achterwielen.
Slippen is daarbij niet meer mogelijk. Niet beide wielen worden
met gelijke snelheid aangedreven, maar net als bij een jeep wordt
de aandrijving verdeeld over de wielen en wordt de fiets 'in de
bocht' gehouden. |
Zoals hierboven geschetst, zijn deze 2 systemen goed met elkaar te
vergelijken:
| |
2 voorwielen (1 achterwiel) |
1 voorwiel (2 achterwielen) |
| Opstappen |
Tussen de voorwielen door of eroverheen.
Soms is het mogelijk om eerst over te stappen en daarna de fiets
te verrijden totdat de zitting bij de benen is |
Over de hoofdbuis heenstappen of eerst gaan zitten
en 1 been over de buis heen te tillen. |
| Besturing |
Meestal onderstuur, soms met alleen 'stuurknuppeltjes'.
De voorwielen draaien net als bij de automobiel los van de fiets
om de bocht te maken. Constructie met stangen / bochten en platen.
Nooit directe sturing. |
Zowel onderstuur als bovenstuur zijn goed mogelijk.
Het wiel draait in een voorvork zoals bij de 'normale fiets'. Bij
bovenstuur (meestal klapstuur) ook directe sturing (geen tussenstangen
o.i.d.) mogelijk. Onderstuur indirect met enkele verbinding tussen
stuur en voorvork. |
| Omvalkans |
- Stenen op de weg en wegkanten: Relatief grote kans dat één
voorwiel deze raakt en hiermee stuur 'omklapt'.
- Als uit hoogtelijn komt: grote verschuiving van zwaartepunt,
komt bij te heftig sturen op 'verkeerde wiel' en kan daarbij
over kantelpunt heenkomen.
- Rijden op 2 wielen erg moeilijk maar niet onmogelijk.
|
- Stenen op de weg eerder bij achterwiel net als wegkanten.
Hebben geen invloed op de sturing, wel op aandrijving. De halve
breedte van de fiets om stuur te corrigeren (voorwiel op weg).
- Bij te scherp sturen kan 1 wiel van de grond komen. Dan ontstaat
de situatie van een normale 2-wielige ligfiets. Er moet veel
gedaan worden om de fiets over het zwaartepunt heen te helpen.
Het is heel goed mogelijk om lange afstanden op 2 wielen te
rijden!
|
| Aandrijving |
1 achterwiel, geplaatst achter de zitting van de bestuurder.
Hierdoor ontstaat al snel een iets langere fiets.Alleen door de
zitting hoger te plaatsen of gebruik te maken van kleine wielen
is het mogelijk om kort te blijven. Vaak normaal kettingsysteem
zoals bij een 'rechtopfiets'. |
1 of 2 aangedreven achterwielen. Deze kunnen (gedeeltelijk)
naast de zitting geplaatst worden. Soms ook naast de bagagedrager
/ tassen. Omdat het aangedreven wiel niet in de lijn zit met de
ketting wordt hiervoor een langere aandrijfas gebruikt waar de cassette
op geplaatst is. |
| Vering |
In de ophangconstructie van de voorwielen (vaak onafhankelijk),
evt. in frame mogelijk en met geveerde achtervork is ook mogelijk. |
Geveerde voorvork (standaard, ook uitwisselbaar),
mogelijkheid in framebuis (ook vouw-mogelijkheid van de fiets!)
en evt. bij de achterwielen. |
| Bagage |
Zoals bij de 2-wielers vaak mogelijk met banaantassen
en bagagedrager. Bij de voorwielen weinig ruimte zonder extra breed
te worden. |
Speciale tassen onder de zitting, evt. bagagedrager
achter fiets. Lowriders zijn meestal toe te passen bij het voorwiel;
deze verhogen de druk op het sturende voorwiel. |
| Gewichtsverdeling |
Voor een groot deel op het enkele achterwiel. Klein
deel op de voorwielen verdeeld. Bij remmen groot deel op de 2 voorwielen
verdeeld. |
Tijdens het aandrijven komt het grootste deel van
het gewicht op de achterwielen (daar zit het zwaartepunt van u en
uw bagage). Bij remmen schuift een deel van het gewicht door op
het voorwiel. |
| Slippend aandrijvend wiel en remmend wiel. |
Door de massa komt veel druk en dus weinig slip voor op het achterwiel.
Minder dan bij veel 2-wielers.
Tijdens remmen is de druk op achterwiel (en kans op slip) vrij
laag. Voorwielen: als 1 wiel pakt en ander slipt dan vreemde stuurkrachten.
|
De massa wordt verdeeld over beide achterwielen. Bij 1 aangedreven
achterwiel is de kans op slip dus relatief groot bij bijv. sneeuwval.
Remmen: achterwielen verdelen de remkracht, voorwiel heeft volledige
grip.
|
Zoals u wel kunt zien hebben beide typen hun eigen voor- en nadelen.